Capaciteit en personeel

De meest voorkomende aanleiding voor een gesprek met Q-Fin is een capaciteitsprobleem op de afwerkingsafdeling. Bedrijven die hun lasersnijcapaciteit hebben uitgebreid, lopen aan tegen een bottleneck in het nabewerken: de finishing-afdeling houdt de doorvoer niet bij, of er is onvoldoende personeel beschikbaar voor het handmatige werk.

Van Gompel herkent het patroon: “Typisch staat er al een lasersnijder en een kantbank. Maar aan het einde van die ketting slijpt iemand manueel, en zijn het mensen die het materiaal verplaatsen. Daar zit de bottleneck, en daar is nog veel te winnen.”

Personeelstekort speelt daarin een zelfstandige rol. Bedrijven vinden het moeilijk om gekwalificeerd productiepersoneel aan te trekken voor fysiek belastende, repetitieve taken. Dat geldt in het bijzonder voor het handmatig ontbramen en slijpen van plaatdelen, wat bij hogere volumes tot een aanzienlijke ergonomische belasting leidt.

Van Quickelberghe wijst op een bijkomend risico: “Bedrijven die hun werkomgeving niet moderniseren, hebben moeite personeel te behouden. Medewerkers kiezen voor werkgevers die investeren in betere werkomstandigheden.”

Stijgende kwaliteitseisen

Naast capaciteitsproblemen noemen klanten toenemende kwaliteitseisen als aanleiding voor automatisering. Waar afnemers vroeger genoegen namen met een minimale randafronding, verlangen ze nu reproduceerbare resultaten met meetbare documentatie, inclusief  slijp- en testrapporten/

Manueel schuren levert per definitie variatie op tussen operators, en de borstelopstelling slijt gedurende de productie. Een geautomatiseerde machine die via een programmarecept werkt en de resulterende radius via automatische calibratiemodi beheert, biedt objectieve en herhaalbare output.

Implementatie

De technische haalbaarheid van automatisering is voor de meeste bedrijven niet het voornaamste vraagstuk. Vaker spelen organisatorische en culturele factoren een rol bij de beslissing om al dan niet te investeren. Van Quickelberghe: “Als een bedrijf niet bereid is zijn processen kritisch te bekijken, dan verloopt automatisering minder efficiënt. De technologie is beschikbaar, maar de implementatie slaagt alleen als de organisatie er klaar voor is.”

Een terugkerend knelpunt is dat bedrijven de omvang van de benodigde investering overschatten. Automatisering wordt vaak geassocieerd met grote, dure productielijnen, terwijl de eerste stap in veel gevallen beperkt kan blijven tot één machine met buffertafels. Dat volstaat al om de handmatige belading te halveren en de doorvoer te stabiliseren.

Van Gompel: “Een buffertafel voor en achter de machine is vrijwel altijd genoeg om van twee naar één operator te gaan. Dat is een kleine investering met een meetbaar effect op de personeelsbezetting.”

Draagvlak op de werkvloer

Een factor die bij implementatietrajecten regelmatig terugkomt, is de houding van medewerkers ten opzichte van automatisering. De vraag wat automatisering betekent voor de werkzekerheid leeft op veel werkvloeren, ook al leidt de invoering van machines in de praktijk zelden tot gedwongen ontslagen.

Van Quickelberghe: “De meeste klanten automatiseren omdat ze mensen tekort komen, niet om mensen weg te doen. De betrokken medewerkers krijgen doorgaans een andere, minder fysiek belastende taak. Maar dat moet wel goed gecommuniceerd worden, anders ontstaat weerstand die de implementatie bemoeilijkt.”

Q-Fin adviseert klanten om medewerkers vroeg te betrekken bij het implementatietraject, onder meer via demonstraties waarbij operators het systeem zelf bedienen. Uit de eigen praktijk van het bedrijf blijkt dat digitalisering de werkvloer ook structureel ten goede komt: monteurs bij Q-Fin werken met tablets die altijd de actuele tekeningen tonen, en de productieplanning is voor iedereen inzichtelijk via een digitaal takenbord.

Concurrentiepositie

Naast de directe operationele aanleiding spelen strategische overwegingen een rol bij investeringsbeslissingen. Bedrijven die hun afwerkingsproces niet moderniseren, lopen het risico dat ze op termijn niet kunnen voldoen aan de eisen van grotere opdrachtgevers.

Van Gompel: “Grotere afnemers stellen steeds vaker eisen aan aantoonbare kwaliteitsborging en traceerbare processen. Voor bedrijven die dat niet kunnen leveren, wordt het lastiger om die orders te behouden.”

De terugverdientijd van een geautomatiseerd systeem varieert doorgaans tussen één en vijf jaar, afhankelijk van het volume, de personeelssituatie en de bestaande infrastructuur. Q-Fin berekent deze termijn op basis van de aangeleverde productiedata van de klant, voordat een offerte wordt uitgebracht.

Stapsgewijze investering

Een aanzienlijk deel van de klanten van Q-Fin begint met een enkelvoudige machine, eventueel aangevuld met eenvoudige handling, en breidt de installatie daarna stap voor stap uit. Het modulaire ontwerp van de machines maakt dat mogelijk zonder dat eerdere investeringen worden afgeschreven.

Van Quickelberghe: “Groei hoef je niet te definiëren als hogere volumes. Voor veel bedrijven is het al waardevol als ze dezelfde output halen met minder afhankelijkheid van schaars personeel, en met minder fysieke belasting voor de mensen die er wel werken.”

Heb je een vraag of wil je een afspraak maken?

Patrick van Scherpenseel
Sales Manager Benelux
+31 (0)6 43 06 70 05 p.scherpenseel@q-fin.nl

Heb je een vraag of wil je een afspraak maken?

Patrick van Scherpenseel
Sales Manager Benelux
+31 (0)6 43 06 70 05 p.scherpenseel@q-fin.nl

Heb je een vraag of wil je een afspraak maken?

Bart Van Quickelberghe
Manager Q-Fin Handling Solutions
+31(0)686892812 bart.vq@q-fin.nl

Heb je een vraag of wil je een afspraak maken?

Patrick van Scherpenseel
Sales Manager Benelux
+31 (0)6 43 06 70 05 p.scherpenseel@q-fin.nl